Citaat | Hoge Raad 15 juli 1996

Alinea 61 Hoge Raad 15 juli 1996

Een alinea uit Hoge Raad 15 juli 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1908.

"(blz. 2) (...) 3. (...) Op grond van de omstandigheid dat vergoeding door D en E van [de] premies plaatsvindt op een tijdstip dat de betrokken werknemers hun werkzaamheden in Panama veelal hebben beëindigd en wederom werkzaam zijn in dienst van D of E dienen deze werkgevers de (blz. 3) uitbetaalde bedragen als loon aan te merken (...) 1. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de (...) aanvullingen Panama-loon (...) een beloning vormen die weliswaar door Nederlandse inhoudingsplichtigen is uitbetaald aan werknemers die op het tijdstip van uitbetaling ten behoeve van die inhoudingsplichtigen werkzaam waren, doch welke betalingen mede de contraprestatie vormen voor de (voorheen) effectief in Panama verrichte arbeid. (blz. 4) (...) Het is, naar het oordeel van belanghebbende, niet relevant door wie of waar de vergoeding wordt uitbetaald. 2. De benaming "aanvullingen Panama-loon" zoals door D en E aan de onderwerpelijke vergoedingen gegeven is, geeft het ware karakter van de betaling aan. Het betreft in wezen niets anders dan een nabetaling. (...) Het zijn specifieke vergoedingen die uitsluitend worden verstrekt ingeval in Panama arbeid verricht is. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1571b91da15bb19fcafa52467465440e3539e4b5674dd215e07dc5b0c232724b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1571b91da15bb19fcafa52467465440e3539e4b5674dd215e07dc5b0c232724b, en de alinea staat in dat document op bytes 29942 tot 31136.