Citaat | Hoge Raad 15 juli 1996

Alinea 91 Hoge Raad 15 juli 1996

Een alinea uit Hoge Raad 15 juli 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1908.

H. . Indien men evenwel aanneemt, hetgeen Hof Amsterdam met zo veel woorden vaststelt, dat de dienstbetrekking tot de in Nederland gevestigde lichamen was opgeheven (zij het tijdelijk), dunkt het mij daarmee in strijd - hetgeen volgens de geachte raadsman van de belanghebbende "onomstotelijk vast" zou staan -, dat deze betalingen zouden zijn "genoten uit privaatrechtelijke dienstbetrekking tot een binnen het Rijk gevestigde werkgever".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1571b91da15bb19fcafa52467465440e3539e4b5674dd215e07dc5b0c232724b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1571b91da15bb19fcafa52467465440e3539e4b5674dd215e07dc5b0c232724b, en de alinea staat in dat document op bytes 38998 tot 39451.