Citaat | Hoge Raad 17 april 1996

Alinea 5 Hoge Raad 17 april 1996

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1965.

3. Beoordeling van de middelen van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: Belanghebbende is exploitante van een autotransport- en bergingsbedrijf, in welke hoedanigheid zij zich tevens bezighoudt met het afvoeren van afval van bedrijven en gemeenten. In het onderwerpelijke tijdvak heeft zij tegen vergoeding op grond van een met de gemeente Q (hierna: de gemeente) gesloten overeenkomst inhoudende de verhuur van containers ten behoeve van de vuilnisafvoer, het transport van vuilnis vanaf het overlaadstation naar haar vuilstortplaats te R of elders ter verwerking van het aangevoerde vuilnis, jegens de gemeente prestaties verricht. De verwerking van het aangevoerde vuilnis hield in dat de containers werden gelost door het afstorten van de inhoud daarvan op de vuilstortplaats. Slechts ter zake van het in gebruik geven van containers heeft belanghebbende de aan de gemeente in rekening gebrachte omzetbelasting op aangifte voldaan. De Inspecteur heeft, zich op het standpunt stellend dat naast de verhuur van containers één prestatie wordt verricht, te weten het afvoeren van huisvuil, welke prestatie belast dient te worden naar het algemene tarief, het verschil in omzetbelasting in de onderwerpelijke naheffingsaanslag begrepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c60b30298d8da356260436f1112efee72215d750272a874129835d9daea4d6c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c60b30298d8da356260436f1112efee72215d750272a874129835d9daea4d6c4, en de alinea staat in dat document op bytes 5990 tot 7269.