Citaat | Hoge Raad 23 augustus 1996
Alinea 5 Hoge Raad 23 augustus 1996
Een alinea uit Hoge Raad 23 augustus 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2012.
3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: X B.V. en A B.V. hebben zich bij het doen van aangiften voor de omzetbelasting steeds op het standpunt gesteld dat tussen hen sprake was van een fiscale eenheid. Op verzoek van X B.V. heeft de Inspecteur op grond van de door X B.V. verstrekte gegevens op 22 maart 1988 aan haar meegedeeld dat met ingang van 1 januari 1985 op grond van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 X B.V. en A B.V. voor de heffing van de omzetbelasting als één onderneming (fiscale eenheid) worden aangemerkt en dat de aangiften met ingang van 1 april 1988 dienen te worden ingediend ten name van de fiscale eenheid. Tot die datum heeft X B.V. op haar aangiften mede in aftrek gebracht de aan A B.V. in rekening gebrachte belasting, welke in de onderhavige naheffingsaanslag is begrepen. Met de activiteiten, ter zake waarvan deze belasting in rekening is gebracht, heeft A B.V. - naar ook is vastgelegd in het ver
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d89001e31d3eb1c5c8003265a6836559c4a8d7fb780d1c784206fc613782c4e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d89001e31d3eb1c5c8003265a6836559c4a8d7fb780d1c784206fc613782c4e6, en de alinea staat in dat document op bytes 5591 tot 6612.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d89001e31d3eb1c5c8003265a6836559c4a8d7fb780d1c784206fc613782c4e6 | shasum -a 256