Citaat | Hoge Raad 8 juli 1996
Alinea 7 Hoge Raad 8 juli 1996
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2029.
3.3. Het middel betoogt dat het Hof een te ruime toepassing heeft gegeven aan de vrijstelling neergelegd in artikel 11, lid 1, aanhef en letter l, van de Wet en dat onbegrijpelijk is 's Hofs oordeel dat belanghebbende iets anders is dan een tussenpersoon van SENS.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4e2a79038d0b0b21d453f76490573e5db6301be553ab5172adeba883b15ad7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4e2a79038d0b0b21d453f76490573e5db6301be553ab5172adeba883b15ad7e, en de alinea staat in dat document op bytes 8150 tot 8428.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4e2a79038d0b0b21d453f76490573e5db6301be553ab5172adeba883b15ad7e | shasum -a 256