Citaat | Hoge Raad 8 juli 1996

Alinea 8 Hoge Raad 8 juli 1996

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2029.

3.4. Het middel is gegrond. Krachtens artikel 11, lid 1, aanhef en letter l, van de Wet zijn van omzetbelasting vrijgesteld: kansspelen in de zin van artikel 2, lid 1, van de Wet op de kansspelbelasting. De feiten laten geen andere conclusie toe dan dat het SENS - en niet belanghebbende - is, die door het organiseren van de loterij en de uitgifte van loten gelegenheid geeft tot deelname aan een kansspel als bedoeld in laatstgenoemde bepaling, en dat belanghebbende slechts fungeert als tussenpersoon bij de verkoop van de loten van de door SENS georganiseerde loterij. Vorengenoemde vrijstelling is derhalve niet van toepassing. Voor het Hof heeft belanghebbende subsidiair nog gesteld dat zijn prestaties zijn aan te merken als bemiddeling inzake waardepapieren als bedoeld in artikel 11, lid 1, letter i, onder 2°, dan wel bemiddeling betreffende schuldvorderingen als bedoeld in artikel 11, lid 1, letter j, onder 2°, van de Wet. De door belanghebbende verkochte staatsloten verschillen evenwel zozeer van de waardepapieren dan wel schuldvorderingen waarop genoemde bepalingen het oog hebben, dat zij niet als zodanige waardepapieren of schuldvorderingen kunnen worden aangemerkt, zodat ook de vrijstellingen genoemd in deze bepalingen niet van toepassing zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4e2a79038d0b0b21d453f76490573e5db6301be553ab5172adeba883b15ad7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4e2a79038d0b0b21d453f76490573e5db6301be553ab5172adeba883b15ad7e, en de alinea staat in dat document op bytes 8436 tot 9720.