Citaat | Hoge Raad 8 juli 1996

Alinea 7 Hoge Raad 8 juli 1996

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2035.

3.2. Het middel keert zich tegen 's Hofs oordeel dat vorenbedoelde voorziening in overeenstemming is met goed koopmansgebruik. Het voert daartoe, kort weergegeven, aan: dat het Besluit noch enige andere wettelijke regeling een verplichting bevat die noopt tot afzet van (resterende) mest bij derden; dat het oordeel dat belanghebbende tot de overheid in een rechtsverhouding stond als hiervóór omschreven, niet kan dienen als grondslag voor de in geding zijnde voorziening, daar de feitelijke verplichting geen andere inhoud heeft dan dat belanghebbende bij gebrek aan voldoende grond en opslagcapaciteit kennelijk genoodzaakt is de mest af te zetten bij derden, en dat de kosten daarvan, nu te dier zake van enige afdwingbare juridische verplichting geen sprake is, dienen te worden toegerekend aan de jaren waarin de afzet plaatsvindt; dat het Hof ten onrechte betekenis ontzegt aan de stelling van de Inspecteur dat belanghebbende ook zonder de beperkingen van het Besluit een aanzienlijke hoeveelheid mest zou hebben moeten afzetten bij derden, zodat deze afzet niet is terug te voeren op een rechtsverhouding tot de overheid doch berust op de bedrijfseconomische omstandigheden van de onderneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8a148e4ac0fdfaa6198d909c357234a4bffd6cab9ad9ec3d4aefebe351fccf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8a148e4ac0fdfaa6198d909c357234a4bffd6cab9ad9ec3d4aefebe351fccf4, en de alinea staat in dat document op bytes 6864 tot 8082.