Citaat | Hoge Raad 7 mei 1996
Alinea 22 Hoge Raad 7 mei 1996
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:AB9820.
- hij, verdachte, en, zijn mededader(s) hebben die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] gezegd dat zij hun handen omhoog moesten doen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1, en de alinea staat in dat document op bytes 8771 tot 8980.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1 | shasum -a 256