Citaat | Hoge Raad 7 mei 1996

Alinea 29 Hoge Raad 7 mei 1996

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:AB9820.

Op 29 oktober 1993 ben ik samen met een aantal anderen naar het café [B] aan de [a-straat] te [plaats] gegaan. Wij wilden daar praten met gebroeders [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over het feit dat zij zich negatief hadden uitgelaten over de Turkse mensenrechten-organisatie [A] . Ik ben een symphathisant van die organisatie. In het café heb ik toen met [slachtoffer 1] gesproken. Hierdoor ontstond een gespannen sfeer. Voorheen zamelde ik geld in voor [A] . Als uit mijn agenda, die bij de huiszoeking is aangetroffen, blijkt dat ik in totaal ongeveer f 52.000,- heb ingezameld zou dat best kunnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1, en de alinea staat in dat document op bytes 9958 tot 10577.