Citaat | Hoge Raad 7 mei 1996

Alinea 95 Hoge Raad 7 mei 1996

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:AB9820.

5.11. Het geval kan zich voordoen dat de verdediging de betrouwbaarheid of rechtmatigheid van de verkrijging van enig bewijsmiddel aanvecht. Een zodanig verweer dient te worden onderzocht. Beginselen van een behoorlijke procesorde brengen mee dat de verdediging in beginsel de kennisneming van voor de beoordeling van die vragen van belang zijnde, niet tot de processtukken behorende, documenten niet mag worden onthouden. Dat betekent niet dat zowel de raadsman als de verdachte zonder meer aanspraak hebben op een afschrift of kennisneming van een hulpmiddel als te dezen door de politie is gebruikt of van andere documentatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1, en de alinea staat in dat document op bytes 30667 tot 31309.