Citaat | Hoge Raad 7 mei 1996
Alinea 97 Hoge Raad 7 mei 1996
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:AB9820.
5.13. Het vorenoverwogene brengt mee dat het Hof de in het middel bedoelde bewijsmiddelen tot het bewijs heeft mogen bezigen en dat het beroep op niet-ontvankelijkheid van de Officier van Justitie op toereikende gronden heeft verworpen. De onderdelen a, b, c en e van het middel falen dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1, en de alinea staat in dat document op bytes 32245 tot 32547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e71ea28b0b9d14b5073f26a8db679e015adbae646b5b36420dacdfaf88fbdcf1 | shasum -a 256