Citaat | Hoge Raad 19 januari 1996

Alinea 79 Hoge Raad 19 januari 1996

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC1963.

"In de verhouding tussen partijen zoals deze mede geregeld wordt door de tussen hen opgemaakte huwelijkse voorwaarden en de redelijkheid en billijkheid die het vermogensrecht tussen echtgenoten beheerst, dient de man eraan mee te werken dat de vrouw over een oudedagsvoorziening kan beschikken die in overeenstemming is met de duur van het huwelijk van partijen en de welstand waarin zij hebben geleefd. Het is redelijk dat de man een gedeelte van het vermogen waarover hij direct of indirect kan beschikken, aan de vrouw uitkeert om die voorziening te treffen. Daartoe bestaat des te meer reden nu in een van de door de man beheerste vennootschappen een pensioenreserve aanwezig is ad f 162.040, -- per 31 december 1992. Die gelden zijn kennelijk daarvoor bestemd en dienen voor zover zij niet rechtstreeks nodig zijn voor het veilig stellen van de overeengekomen pensioenaanspraak van de vrouw, in het kader van de huwelijkse voorwaarden als reeds verdeeld inkomen te worden beschouwd. "

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5891d13f035589f1d7355069a79f1334a5d2c22df1e6fb896b401abbc3cd420e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5891d13f035589f1d7355069a79f1334a5d2c22df1e6fb896b401abbc3cd420e, en de alinea staat in dat document op bytes 22879 tot 23881.