Citaat | Hoge Raad 15 maart 1996

Alinea 34 Hoge Raad 15 maart 1996

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2013.

3.3.4 De derde klacht klaagt erover dat de Rechtbank het verzoek van [eiser] te worden toegelaten tot de pleidooien heeft afgewezen terwijl de wederpartij tegen toewijzing geen bezwaar uitte en de openbare orde zich daartegen niet verzet. Deze klacht doet, in verband met art. 48 Rv., de vraag rijzen of in burgerlijke zaken in acht te nemen fundamentele procesrechtelijke beginselen meebrengen dat de rechter het verzoek van één der partijen haar zaak te mogen bepleiten slechts mag afwijzen indien de wederpartij zich tegen toewijzing van dat verzoek verzet en dan enkel op grond van daarbij aangevoerde klemmende redenen welke het bij uitzondering afwijzen van zulk een verzoek rechtvaardigen. Deze vraag is niet in het debat van partijen betrokken en ook het Openbaar Ministerie heeft zich niet erover uitgelaten. Dit geeft aanleiding de behandeling van de zaak te heropenen teneinde partijen en het Openbaar Ministerie gelegenheid te geven zich erover uit te spreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3471a6ec90bd4209350eb330d23ca316fdb4bb060ae50deeb852b54ed49f5a5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3471a6ec90bd4209350eb330d23ca316fdb4bb060ae50deeb852b54ed49f5a5c, en de alinea staat in dat document op bytes 11375 tot 12362.