Citaat | Hoge Raad 13 december 1996
Alinea 46 Hoge Raad 13 december 1996
Een alinea uit Hoge Raad 13 december 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2229.
Uit het voorgaande vloeit voort dat het in de onderdelen bestreden oordeel van het Hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en dat dit oordeel in het licht van hetgeen door de betrokkene was aangevoerd, geen nadere motivering behoefde. Voor zover de onderdelen aanvoeren dat het Hof heeft miskend dat de betrokkene onweersproken heeft gesteld dat bij hem in de voormelde periode van onzekerheid spanningen en frustraties zijn ontstaan, mist het feitelijke grondslag; het Hof heeft integendeel geoordeeld dat de gestelde spanningen en frustraties geen hogere vergoeding rechtvaardigen dan door de Rechtbank was toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e92c6c8279dbd438623cdfc7ada8ea18390877b3ae77d2ca1ddea646c2c829c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e92c6c8279dbd438623cdfc7ada8ea18390877b3ae77d2ca1ddea646c2c829c7, en de alinea staat in dat document op bytes 15270 tot 15917.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e92c6c8279dbd438623cdfc7ada8ea18390877b3ae77d2ca1ddea646c2c829c7 | shasum -a 256