Citaat | Hoge Raad 15 oktober 1996

Alinea 85 Hoge Raad 15 oktober 1996

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0139.

Op 3 april 1994, omstreeks 19.45 uur, reed ik over de rijbaan van de Nistelrodenseweg gaande in de richting van Heesch. Mijn vrouw bestuurde onze auto. Ik zag dat voor mij een grijze Audi reed. Voorts zag ik dat voor deze Audi een rode Volvo reed. Plotseling zag ik dat een bronskleurige Porsche, rijdende over dezelfde weg, doch komende vanuit tegenovergestelde richting, een abrupte manoeuvre naar links maakte. Ik zag dat deze Porsche op onze weghelft kwam, vlak voor de voor ons rijdende Volvo. Vervolgens zag ik dat die rode Volvo met de neus omhoog gelanceerd werd en hierna in de rechterberm tot stilstand kwam. Ik ben uit de auto gesprongen en naar de plek van de aanrijding gerend. Op dat moment zag ik dat vanaf de Porsche een jongeman wegrende. Ik liep naar de Porsche, waarin nog een persoon zat. Ik heb deze man samen met een ander uit de Porsche gehaald. Dit viel niet mee omdat de man op de rechtervoorstoel zat en met zijn benen en onderlichaam klem zat tussen de rechtervoorstoel/rechterportier en het onderste gedeelte van het dashboard. Ik heb maar een persoon zien wegrennen vanaf de Porsche kort na de aanrijding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d6e5ed2761273e4a8587c433b32ef111f561a88af81d113776bb696335bdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3d6e5ed2761273e4a8587c433b32ef111f561a88af81d113776bb696335bdb, en de alinea staat in dat document op bytes 23485 tot 24632.