Citaat | Hoge Raad 19 maart 1996

Alinea 19 Hoge Raad 19 maart 1996

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0413.

4.2. Dat brengt echter niet mee dat de rechter nooit aan de weigering van de verdachte om op bepaalde vragen te antwoorden enig gevolg zou mogen verbinden. Zo zal bijvoorbeeld in geval de verdachte een verweer voert dat niet in strijd is met de gebezigde bewijsmiddelen doch - indien juist - onverenigbaar is met de bewezenverklaring, de omstandigheid dat de verdachte weigert te antwoorden op nadere vragen met betrekking tot de door hem gestelde gang van zaken, kunnen bijdragen aan de verwerping van dat verweer op de grond dat die gestelde gang van zaken niet aannemelijk is geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc75f963e1ea76a44151058a1b4deb63fce6cad235e9d1ee8956dde6801706e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc75f963e1ea76a44151058a1b4deb63fce6cad235e9d1ee8956dde6801706e7, en de alinea staat in dat document op bytes 8586 tot 9187.