Citaat | Hoge Raad 19 maart 1996

Alinea 22 Hoge Raad 19 maart 1996

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0413.

4.5. Het Hof heeft zijn hiervoor onder 4.3 vermelde oordeel echter kennelijk mede gebaseerd op de omstandigheid dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft geweigerd te antwoorden op de vraag waarom zij tegenover de verbalisant [verbalisant] een onjuiste verklaring heeft afgelegd. Die omstandigheid kan evenwel, gelet op hetgeen hiervoor onder 4.1 en 4.4 is overwogen, niet mede ten grondslag worden gelegd aan het oordeel dat de onder 4.3 vermelde verklaring van de verdachte kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc75f963e1ea76a44151058a1b4deb63fce6cad235e9d1ee8956dde6801706e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc75f963e1ea76a44151058a1b4deb63fce6cad235e9d1ee8956dde6801706e7, en de alinea staat in dat document op bytes 10151 tot 10726.