Citaat | Hoge Raad 29 januari 1997

Alinea 5 Hoge Raad 29 januari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2068.

3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: Belanghebbende ontwikkelt, vervaardigt en verkoopt (para)medische apparatuur die met name wordt gebruikt in de fysiotherapie. In het onderhavige tijdvak heeft belanghebbende facturen uitgereikt ter zake van de levering van - voor zover in cassatie van belang - de hierna te noemen apparatuur met toebehoren, waarmee de daarbij genoemde therapieën kunnen worden toegepast: A I : hoogfrequente elektrotherapie A II : hoogfrequente elektrotherapie B I : ultra-geluidtherapie B II : ultra-geluidtherapie B III: ultra-geluidtherapie C I : laserlichttherapie. Vorengenoemde apparaten worden uitsluitend door fysiotherapeuten gebruikt bij de behandeling van hun patiënten. Op de facturen is omzetbelasting naar het verlaagde tarief, bedoeld in artikel 9, lid 2, aanhef en letter a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) in rekening gebracht. De Inspecteur heeft, zich op het standpunt stellende dat genoemde apparaten niet gerangschikt kunnen worden onder post 35, letter a, van de bij de Wet behorende Tabel I, de onderwerpelijke naheffingsaanslag opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db79d079f88cf06873e6e63bcef8a6656ad518b72c6b829a6fdd1163f9f50ff1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db79d079f88cf06873e6e63bcef8a6656ad518b72c6b829a6fdd1163f9f50ff1, en de alinea staat in dat document op bytes 5143 tot 6328.