Citaat | Hoge Raad 29 januari 1997

Alinea 6 Hoge Raad 29 januari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2092.

3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uit gegaan: Belanghebbende heeft bij brief van 7 maart 1990 de Inspecteur verzocht uitstel te verlenen voor het doen van aangifte voor de heffing van inkomstenbelasting over het onderhavige jaar (1989) "bij voorkeur tot najaar 1990 en niet slechts tot 1 juli 1990". Ter Inspectie is op deze brief een aantekening geplaatst, inhoudende dat tot 1 december 1990 uitstel werd verleend. Van het aldus verleende uitstel is geen mede deling gedaan aan belanghebbende. Belanghebbende heeft op 7 november 1990 aangifte gedaan. De onderhavige aanslag is gedagtekend 28 mei 1993, dat wil zeggen 3 jaren, 4 maanden en 28 dagen na het tijdstip waarop de belastingschuld was ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb9dba6d4de3b980057e6427c006d67cbe31162b90ce5f45c06cfdc1737dfee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb9dba6d4de3b980057e6427c006d67cbe31162b90ce5f45c06cfdc1737dfee2, en de alinea staat in dat document op bytes 5496 tot 6268.