Citaat | Hoge Raad 29 januari 1997

Alinea 8 Hoge Raad 29 januari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2102.

3.2. Belanghebbende heeft zich voor het Hof op het standpunt gesteld dat het door de Inspecteur in zijn uitspraak ingenomen standpunt dat gebruik van de auto op Nederlands grondgebied slechts is toegestaan voor het overbruggen van de gebruikelijke route tussen Q en Z, in strijd is met de Wet. Voorts heeft belanghebbende zich beroepen op het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en op een redelijke wetstoepassing. In dat verband heeft hij in zijn beroepschrift aangevoerd dat door de Inspecteur is erkend dat het thans nog vigerende beleid met betrekking tot de reikwijdte van de ver gunning mede de door belanghebbende gemaakte reizen omvat, maar dat de Inspecteur wenst 'vooruit te lopen' op een aanstaande wijziging/aanscherping van het beleid. Ter zitting voor het Hof heeft belanghebbende daaraan toegevoegd dat op 21 juli 1994 aan belang hebbendes adviseur telefonisch is medegedeeld dat het op dat moment beleid was in geval van ambulante werk nemers vergunningen af te geven met een variabele werkplaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c4ddb322dcb7df740aa31eca79c417805e72d08a826ec1a238eff9d47c6868a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c4ddb322dcb7df740aa31eca79c417805e72d08a826ec1a238eff9d47c6868a, en de alinea staat in dat document op bytes 7244 tot 8280.