Citaat | Hoge Raad 29 oktober 1997

Alinea 6 Hoge Raad 29 oktober 1997

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2143.

3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: Belanghebbende is in dienstbetrekking werkzaam. Daarnaast houdt hij zich bezig met het schrijven van studieboeken. De opbrengsten van laatstbedoelde activiteit, die in het onderhavige jaar (1990) f 97.461,-- beliepen, heeft hij in de aan 1990 voorafgaande jaren aangegeven als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en diensten als bedoeld in artikel 22, lid 1, aanhef en letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1990; hierna de Wet). Met ingang van 1 januari 1990 merkt hij die opbrengsten aan als winst uit onderneming, hetgeen de Inspecteur heeft aanvaard. Tot de goederen die belanghebbende per 1 januari 1990 vanuit zijn privévermogen in de onderneming heeft ingebracht, behoren de ter zake van de studieboeken verkregen auteursrechten. De waarde van deze rechten beliep ten tijde van de inbreng f 500.000,--.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/714360d2298d5fb43e647b0cfa0fe038aa7322c5266fb98a8f369fe4e2c582c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 714360d2298d5fb43e647b0cfa0fe038aa7322c5266fb98a8f369fe4e2c582c9, en de alinea staat in dat document op bytes 4853 tot 5822.