Citaat | Hoge Raad 11 juni 1997
Alinea 8 Hoge Raad 11 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2155.
belastingzaken volgt dat bezwaren tegen het medewerken van een rechter aan het behandelen van een zaak uiterlijk ter zitting van het gerechtshof moeten worden kenbaar gemaakt. De hiervóór in 3.1 vermelde feiten laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat zulks niet heeft plaatsgevonden. Het wrakingsverzoek is immers pas in het beroepschrift in cassatie ken baar gemaakt. De in het beroepschrift in cassatie vermelde klacht, die naar voren gebracht zou zijn in een schrijven van december 1994, kan niet de processuele functie van een wrakingsverzoek in de onderhavige zaak hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fea2312ee0d8a62ae3258c513960b3b4b2407b6a4462eac227f91f385fa58fd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fea2312ee0d8a62ae3258c513960b3b4b2407b6a4462eac227f91f385fa58fd0, en de alinea staat in dat document op bytes 6450 tot 7048.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fea2312ee0d8a62ae3258c513960b3b4b2407b6a4462eac227f91f385fa58fd0 | shasum -a 256