Citaat | Hoge Raad 11 juni 1997

Alinea 5 Hoge Raad 11 juni 1997

Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2173.

3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende, die een juwelierszaak drijft, heeft in 1970 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule gesloten. De vanaf 1 augustus 1970 tot en met 1 augustus 1989 jaarlijks verschuldigde premie ten bedrage van f 5.389,-- is door belanghebbende voldaan. Door de benaming van de polis in de veronderstelling gebracht dat aftrek niet mogelijk was, heeft belanghebbende tot 1987 verzuimd de premies in mindering te brengen op zijn onzuivere inkomen. Bij expiratie van de verzekering is overeengekomen dat de verzekeraar gedurende de jaren 1990, 1991 en 1992 jaarlijks ƒ 25.000,-- zou uitkeren en dat voor het resterende bedrag een nieuwe lijfrente zou worden gekocht. Belanghebbende heeft in de jaren 1986 tot en met 1990 rente tot bedragen van onderscheidenlijk ƒ 14.000,--, ƒ 13.656,--, ƒ 5.691,--, ƒ 5.689,-- en ƒ 4.907,--, derhalve tot een totaal van ƒ 43.943,--, niet aangegeven. Bij de vaststelling van het in de aanslag voor 1990 vermelde belastbare inkomen is, met instemming van belanghebbende, rekening gehouden met genoemde rentebedragen en zijn de in de jaren 1987, 1988 en 1989 voldane premies tot de persoonlijke verplichtingen gerekend. Daarnaast heeft de Inspecteur de in 1990 uitgekeerde lijfrentetermijn ten bedrage van ƒ 25.000,-- betrokken in het belastbare inkomen van belanghebbende. 3.2. Voor het Hof was, voorzover in cassatie nog van belang, tussen partijen in geschil of de Inspecteur met betrekking tot de in de jaren 1970 tot en met 1986 door belanghebbende voldane premies toepassing van de verruimde saldomethode van de Resolutie van 29 juni 1990, nr DB90/3579, BNB 1990/341 (hierna: de Resolutie) mocht weigeren op de grond dat, naar hij stelde maar belanghebbende betwistte, belanghebbende in genoemde jaren hogere bedragen dan de jaarlijkse lijfrentepremie aan rente en winst op ingeruild goud had verzwegen. Het Hof heeft die weigering van de Inspecteur, die zich niet erop heeft beroepen dat ingevolge de Resolutie de verruimde saldomethode slechts toepassing vindt indien ambtshalve vermindering geen uitkomst biedt, ontoelaatbaar geoordeeld op de grond dat de Resolutie de inspecteur niet de vrijheid laat rekening te houden met het feit dat een belanghebbende in de jaren waarin hij de aftrek verzuimde, inkomsten heeft verzwegen. Hiertegen richt zich het middel. 3.3 Nadat de inspecteurs in de Resolutie van 23 juli 1985, nr 285-10246, BNB 1985, 283 gemachtigd waren in een drietal daartoe aangewezen gevallen waarin sprake was van verzuimde aftrek van lijfrentepremies zelfstandig te beslissen op verzoeken om toepassing van de hardheidsclausule, heeft de Staatssecretaris van Financiën die machtiging in de Resolutie verruimd tot alle gevallen van verzuimde aftrek van lijfrentepremies. Bepaald werd dat herstel van het verzuim eerst zoveel mogelijk diende plaats te vinden overeenkomstig de voor ambtshalve vermindering geldende voorschriften, waartoe onder meer behoort het in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder 3.1. aangehaalde voorschrift dat bij de bepaling van de vermindering rekening wordt gehouden met andere fouten die grond opleveren voor het vermoeden dat de belasting onjuist is berekend, en zonodig vervolgens door verruiming van de saldomethode. Bij die verruiming worden de premies waarvan de aftrek is verzuimd, aangemerkt als premies die niet op het inkomen in mindering konden worden gebracht en worden de lijfrentetermijnen in het inkomen begrepen voorzover ze laatstgenoemde premies overtreffen. 3.4. Noch de tekst noch de strekking van de Resolutie - het tegemoetkomen aan onbillijkheden van overwegende aard in gevallen waarin verzuimd is de premies van een lijfrente in aftrek te brengen - biedt enig aanknopingspunt voor de opvatting dat het de inspecteur niet vrij zou staan bij zijn beslissing tot het al dan niet toepassen van de verruimde saldo- methode in aanmerking te nemen, dat gebleken is dat de belastingplichtige in de jaren waarin hij verzuimd heeft de premies in aftrek te brengen inkomsten heeft verzwegen. De in de Resolutie aan de inspecteurs verleende machtiging "in alle situaties van verzuimde aftrek van lijfrentepremies zelfstandig overeenkomstig de voorschriften van de Resolutie te beslissen" brengt niet mee dat in alle gevallen waarin aan bedoelde voorschriften is voldaan toepassing gegeven dient te worden aan, voorzover thans van belang, de verruimde saldomethode. Met de in de voorgaande zin tussen aanhalingstekens geplaatste woorden is slechts tot uitdrukking gebracht dat de zelfstandige beslissingsbevoegdheid van de inspecteurs voortaan, in afwijking van het bepaalde in de onder 3.3 genoemde Resolutie van 23 juli 1985, zou gelden voor alle gevallen van verzuimde premieaftrek en dat de inspecteurs bij de uitoefening van die bevoegdheid de voorschriften van de Resolutie in acht dienden te nemen. In overeenstemming met de strekking van de Resolutie en met de daarin opgenomen regeling voor een tegemoetkoming in de vorm van ambtshalve vermindering, moet worden aangenomen dat bij de toepassing van de verruimde saldomethode in de regel rekening mag worden gehouden met het feit dat in de jaren dat verzuimd werd premies in aftrek te brengen inkomsten zijn verzwegen. 3.5. Uit het onder 3.4 overwogene volgt dat het middel slaagt. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven en verwijzing moet volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f32ab2b31c94eef8cf94d9303a4da3a30a132304bdfd070105c4678ec9b09610. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f32ab2b31c94eef8cf94d9303a4da3a30a132304bdfd070105c4678ec9b09610, en de alinea staat in dat document op bytes 5559 tot 10993.