Citaat | Hoge Raad 4 juni 1997
Alinea 23 Hoge Raad 4 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2175.
1.8 Verder overweegt het hof dat voor de toepassing van voormelde vrijstelling niet vereist is, dat de vennootschap waarin de onderneming is ingebracht die onderneming voortzet. HR 15 juli 1986, BNB 1986/311 en Hof Arnhem 10 februari 1994, FED 94/269, hebben betrekking op een inbreng die plaatsvond voordat de vrijstelling van de Richtlijn directe werking verkreeg (rov. 2.2.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f, en de alinea staat in dat document op bytes 14041 tot 14434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f | shasum -a 256