Citaat | Hoge Raad 4 juni 1997
Alinea 26 Hoge Raad 4 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2175.
Cassatiemiddel I betoogt, dat ten tijde van de transactie waarop het arrest BNB 1986/311 betrekking had, het toenmalige artikel 7, lid 1, letter b, van de Richtlijn ook reeds directe werking had. De staatssecretaris meent, dat er voor wat betreft de voortzettingseis geen verschil bestaat tussen inbreng van een gehele onderneming en inbreng van het gehele vermogen. Hij verwijst daarbij naar Hof Amsterdam 24 november 1994, rolnr. 94/1662.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f, en de alinea staat in dat document op bytes 15109 tot 15563.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f | shasum -a 256