Citaat | Hoge Raad 4 juni 1997
Alinea 62 Hoge Raad 4 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2175.
2.2.5 Gelet op het vorenstaande ben ik van mening, dat in het onderhavige geval de inbreng door de houdstermaatschappij in belanghebbende van kapitaalsbelasting is vrijgesteld, tenzij zou moeten worden geoordeeld, dat ook voor wat betreft de inbreng van het gehele vermogen de eis moet worden gesteld dat de onderneming van de inbrengende houdstermaatschappij moet worden voortgezet door de dochtermaatschappij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f, en de alinea staat in dat document op bytes 23701 tot 24127.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f | shasum -a 256