Citaat | Hoge Raad 4 juni 1997

Alinea 66 Hoge Raad 4 juni 1997

Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2175.

2.3.2 Het begrip voortzetting kan slechts zinvol gebruikt worden ingeval van overdracht van een onderneming. Het is ook moeilijk voor te stellen hoe men een vermogen moet "voortzetten", bijv. als dat uitsluitend uit contanten bestaat. Tenzij de vennootschap waarin contanten worden ingebracht deze aan een derde zou schenken (wat bepaald niet voor de hand ligt), zal de vennootschap de contanten beleggen of er een onderneming voor kopen enz., m.a.w. het vermogen zal zich wijzigen in samenstelling maar (behoudens toekomstige winsten of verliezen) niet in omvang. In die zin wordt het vermogen normaliter altijd "voortgezet". Zie ook rov. 2.2.1, verkort weergegeven in punt 1.6 hiervóór. Daarmee veroordeelt de gedachte, dat bij inbreng van het gehele vermogen ook de eis van voortzetting moet worden gesteld, naar het mij voorkomt zichzelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f, en de alinea staat in dat document op bytes 24978 tot 25837.