Citaat | Hoge Raad 4 juni 1997
Alinea 68 Hoge Raad 4 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2175.
2.3.4 Het argument van Hof Amsterdam in zijn bovengeciteerde uitspraak, dat in de visie van punt 2.3.3 het onderscheid tussen een geheel vermogen en een gehele onderneming geen zin meer zou hebben, is slechts juist indien de gehele onderneming van de inbrengende vennootschap ook het gehele vermogen van die vennootschap omvat. Dit is evenwel geenszins noodzakelijkerwijs het geval. Ik moge verwijzen naar de jurisprudentie met betrekking tot het begrip gehele onderneming van artikel 15, lid 1, letter e, WBR, in het bijzonder HR 3 september 1975, BNB 1975/214, PW 18 425, en voor de kapitaalsbelasting HR 3 juni 1987, BNB 1987/241* m.nt. Laeijendecker, PW 19 514; zie ook de jurisprudentie en literatuur vermeld in punt 4.2.3 van mijn conclusie voor laatstvermeld arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f, en de alinea staat in dat document op bytes 26715 tot 27503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/041cc9ab7372caa3f0e531d3702363b62b6a6c04f0cc84d79e54c104f610353f | shasum -a 256