Citaat | Hoge Raad 8 juli 1997
Alinea 10 Hoge Raad 8 juli 1997
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2193.
5. Beoordeling van het beroep van belanghebbende 5.1. Het hier als eerste te behandelen derde middel betoogt dat het Hof de bewustheid van belanghebbende en de BV ten aanzien van de door de BV gedane bevoordeling had moeten beperken tot ƒ 101.000,--, zijnde het verschil tussen het onder 3.2 genoemde bedrag van ƒ 750.000,-- en de waarde van de tegenprestatie. Het middel faalt, aangezien in een geval als het onderhavige het bewustheidsvereiste niet meer inhoudt dan dat partijen bij de verkoop van het pand zich ervan bewust moeten zijn dat de aandeelhouder wordt bevoordeeld met het verschil tussen de waarde van het pand en de overeengekomen prijs. Het derde middel moet dan ook worden verworpen. 5.2. De in het tweede middel verdedigde stelling, dat de uitdeling slechts voor de helft aan belanghebbende kan worden toegerekend daar hij slechts de helft van de aandelen bezit, vindt geen steun in het recht, zodat ook dit middel faalt. 5.3. Het Hof heeft geoordeeld dat de voor uitdeling beschikbare winst ten tijde van de verkoop van het pand ten minste ƒ 1.370.253,-- bedroeg. Het heeft hiertoe redengevend geoordeeld dat aannemelijk is dat de concurrente crediteuren hun vorderingen ten bedrage van (2.008.929 - 246.429 =) ƒ 1.762.500,-- reeds ten tijde van de verkoop van het pand aan belanghebbendes echtgenote niet meer met succes op de BV hadden kunnen verhalen, aangezien het eigen vermogen van de BV negatief was, zij uit het kort daarna uitgesproken faillissement van de BV niets hebben verkregen, en zelfs op de belastingschulden niets of nagenoeg niets is betaald. Het eerste middel bestrijdt dit oordeel als onbegrijpelijk. 5.4. Het middel is gegrond. Zoals onder 3.4 is vermeld was het gemeenschappelijke standpunt van partijen dat de onder 3.1 vermelde balans bepalend was voor de berekening van eventuele voor uitdeling beschikbare winst. Daarmee is niet verenigbaar in verband met latere ontwikkelingen de verhaalbaarheid van de op die balans voorkomende schulden te bepalen zonder rekening te houden met de op die balans voorkomende activa. 5.5. Uitgaande van de balans per 30 juni 1988 levert het niet verhaalbare gedeelte van de vorderingen van de crediteuren (ƒ 2.008.929,-- minus ƒ 1.754.090,-- =) ƒ 254.839,-- na aftrek van het verliessaldo (ƒ 350.040,-- + ƒ 42.207,-- - ƒ 16.408,- - =) ƒ 375.839,-- een "zuivere winst" op van negatief ƒ 121.000,--, welk bedrag, naar in de rede ligt, overeenstemt met het geplaatste en gestorte kapitaal. Voor zover belanghebbende na de balansdatum een hoger bedrag heeft onttrokken dan ƒ 121.000,-- is daardoor wegens het verder onverhaalbaar worden van de vorderingen van de crediteuren een positieve "zuivere winst" ontstaan en onttrokken. De uitdeling bedraagt derhalve ƒ 140.000,-- minus ƒ 121.000,-- ofwel ƒ 19.000,--. 5.6. Het Hof heeft, oordelend dat voor het gehele bedrag van ƒ 140.000,-- sprake was van een winstuitdeling niet meer behandeld de door de Inspecteur meer subsidiair aangevoerde stelling dat het bedrag van ƒ 140.000,-- moet worden aangemerkt als opbrengst van niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en diensten. Die stelling kan evenwel niet als juist worden aanvaard, omdat het enkele feit dat belanghebbende het pand tegen een te lage prijs heeft gekocht niet meebrengt dat sprake is van werkzaamheden en diensten als hier bedoeld. 's Hofs oordeel kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfbfa1e21de1db71987ccaef1a8aebc418db2d161ac0c322d4866d9b82a312fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfbfa1e21de1db71987ccaef1a8aebc418db2d161ac0c322d4866d9b82a312fa, en de alinea staat in dat document op bytes 8364 tot 11801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfbfa1e21de1db71987ccaef1a8aebc418db2d161ac0c322d4866d9b82a312fa | shasum -a 256