Citaat | Hoge Raad 8 juli 1997
Alinea 9 Hoge Raad 8 juli 1997
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2193.
4. Beoordeling van het beroep van de Staatssecretaris 4.1. Het door de Staatssecretaris voorgestelde middel klaagt erover dat het Hof ten onrechte een bedrag van ƒ 25.215,--, dat het met partijen tot de door belanghebbendes echtgenote betaalde tegenprestatie voor het pand heeft gerekend, tevens op belanghebbendes belastbare inkomen in aftrek heeft toegelaten. Dit bedrag ziet, aldus het middel, op royementskosten van een hypothecaire geldlening die verstrekt was aan de BV. 4.2. Het Hof heeft geoordeeld dat het tussen partijen bestaande geschil ten aanzien van belanghebbendes belastbare inkomen is beperkt tot het antwoord op de vraag of de BV zich bij de verkoop van het pand een voordeel heeft laten ontgaan, dat tot de inkomsten uit arbeid of uit vermogen van belanghebbende moet worden gerekend. Dit oordeel is in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk, zodat het middel geen doel treft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfbfa1e21de1db71987ccaef1a8aebc418db2d161ac0c322d4866d9b82a312fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfbfa1e21de1db71987ccaef1a8aebc418db2d161ac0c322d4866d9b82a312fa, en de alinea staat in dat document op bytes 7433 tot 8356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfbfa1e21de1db71987ccaef1a8aebc418db2d161ac0c322d4866d9b82a312fa | shasum -a 256