Citaat | Hoge Raad 18 juni 1997

Alinea 5 Hoge Raad 18 juni 1997

Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2201.

3. Beoordeling van de middelen 3.1 Het Hof heeft geoordeeld dat, gelet op hetgeen de stukken ter zake vermelden, aannemelijk is dat de onderhavige uitkering door de Stichting aan belanghebbende in een zodanig verband staat met belanghebbendes dienstbetrekking bij A B.V. dat de uitkering haar grond vindt in die dienstbetrekking, zodat de uitkering tot belanghebbendes inkomsten uit arbeid moet worden gerekend. Belanghebbendes stelling dat de bevoordeling op andere gronden berust, zoals sympathie van de Stichting met de persoon van belanghebbende of diens binding met de metaalnijverheid in het algemeen, heeft het Hof niet aannemelijk geacht. 3.2. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip loon uit dienstbetrekking in artikel 22, lid 1 aanhef en onder a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 in verbinding met artikel 22, lid 2, onder a, van die wet en omtrent het verband dat dient te bestaan tussen de van een derde genoten bevoordeling en de dienstbetrekking. Het is in het licht van hetgeen partijen hebben aangevoerd omtrent de achtergrond van de in het kader van de reorganisatie in 1984 opgerichte Stichting en de destijds met de belastingdienst gemaakte afspraken geenszins onbegrijpelijk en het behoefde geen nadere motivering. Het kan als van feitelijke aard in cassatie niet verder op zijn juistheid worden onderzocht. Het tegen dit oordeel gerichte eerste middel faalt derhalve. 3.3. Middel 2, dat met een motiveringsklacht opkomt tegen het oordeel van het Hof dat er geen termen aanwezig zijn voor een veroordeling in de proceskosten, faalt eveneens. 3.4. In aanmerking genomen dat het Hof in 4.6 van zijn uitspraak heeft geoordeeld dat het beroep van belanghebbende ongegrond is, ligt in het door het middel bestreden oordeel besloten dat het Hof in de verdere omstandigheden van het geding geen aanleiding heeft gevonden de Inspecteur desondanks in de proceskosten te veroordelen. Dit oordeel behoefde geen nadere motivering, ook niet nu het hier naar de vaststelling van het Hof in 1.9 van zijn uitspraak een proefprocedure betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b86d7e7d13a268f742ef038391f590f8782a3b91a8ce70556d8b37327783a0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b86d7e7d13a268f742ef038391f590f8782a3b91a8ce70556d8b37327783a0d, en de alinea staat in dat document op bytes 4752 tot 6861.