Citaat | Hoge Raad 25 juni 1997

Alinea 35 Hoge Raad 25 juni 1997

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2210.

"(blz. 2) (...) 1.5. (...) De ontvanger heeft belanghebbende op de voet van artikel 49, lid 4, van de Invorderingswet 1990 gedagvaard (...) Deze procedure heeft nog niet tot een vonnis geleid; (blz. 3) (...) 2.2. Gezien 1.5. en het bepaalde in artikel 50, lid 5, van de Invorderingswet 1990 had op het tegen de naheffingsaanslag gerichte bezwaarschrift (...) nog geen uitspraak mogen worden gedaan. De uitspraak moet als voortijdig gedaan worden vernietigd. (...) 2.3. Hetgeen belanghebbendes gemachtigde (...) aanvoert met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in (blz. 4) artikel 6 EVRM doet niet af aan de verbindendheid van artikel 50, lid 5, van de Invorderingswet 1990. Belanghebbendes betoog raakt niet het geschil over de naheffingsaanslag doch uitsluitend het geschil over de aansprakelijkstelling. De bevoegdheid van de administratieve rechter in belastingzaken is in dezen beperkt tot de toetsing van de naheffingsaanslag. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ff681eb382c610a26a3a5e34a3a9d1ee3e6f4032b8cd0d8246a1eeb494e664. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ff681eb382c610a26a3a5e34a3a9d1ee3e6f4032b8cd0d8246a1eeb494e664, en de alinea staat in dat document op bytes 17519 tot 18515.