Citaat | Hoge Raad 29 augustus 1997

Alinea 7 Hoge Raad 29 augustus 1997

Een alinea uit Hoge Raad 29 augustus 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2254.

3.3. De middelen van cassatie strekken ten betoge dat op het commanditaire kapitaal en de lening een als verlies uit onderneming aan te merken verlies is geleden van ƒ 117.568,--, waartoe zij, kort weergegeven, aanvoeren: dat een als verlengstuk van de commanditaire inbreng door de commanditaire vennoot ver strekte geldlening in beginsel tot diens ondernemingsvermogen behoort te worden gerekend; dat niet in zijn algemeenheid kan worden gesteld dat een het startkapitaal aanvullende lening als onzakelijk moet worden aangemerkt; dat zulks moet worden beoordeeld op basis van de bijzondere feiten en omstandigheden van het betrokken geval; dat van dergelijke bijzonde re omstandigheden uit 's Hofs uitspraak niet blijkt; dat de familierelatie van vader en zoon tussen de commanditaire vennoot en de beherende vennoot niet meebrengt dat de door de commanditaire vennoot in aanvulling op het door hem verschafte commanditaire kapitaal verstrekte geldlening onzakelijk was; dat het motief van belanghebbende om zijn zoon bestaanszekerheid te geven niet wegneemt, dat zowel het commanditaire kapitaal als de geldlening door belangheb bende werden verstrekt als ondernemer, niet aan de beherende vennoot, doch aan de vennootschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e970d16528f7a226dc90feab43ea4ee12c89f30184c845042df7e73f5b2d9a56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e970d16528f7a226dc90feab43ea4ee12c89f30184c845042df7e73f5b2d9a56, en de alinea staat in dat document op bytes 8027 tot 9269.