Citaat | Hoge Raad 29 augustus 1997

Alinea 70 Hoge Raad 29 augustus 1997

Een alinea uit Hoge Raad 29 augustus 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2254.

"(...) 4.1. (...) Nu zeer kort na het starten van de onderneming en het verschaffen van het commanditaire kapitaal reeds opnieuw gelden aan de C.V. werden verstrekt door belanghebbende, terwijl op dat moment van inkomsten nog geen sprake was en geen zekerheid werd gesteld, acht het Hof het niet aannemelijk dat de lening op zakelijke gronden, dat wil zeggen binnen de normale bedrijfsuitoefening, is verstrekt. (...) Het is naar het oordeel van het Hof aannemelijk dat belanghebbende (...) in zijn hoedanigheid van vader aan zijn zoon, die in 1989 geen baan had en zijn studie niet had afgerond, middelen heeft verstrekt om een zaak op te zetten. De lening behoort derhalve tot het privévermogen van belanghebbende te worden gerekend. 4.2. Nu belanghebbende op grond van het vorenoverwogene geacht kan worden slechts f 60.000,- als ondernemer in de onderneming te hebben ingebracht, is verliesneming voor meer dan f 60.000,- niet mogelijk. (...) 4.4. Nu het Hof de inspecteur volgt in zijn primaire stelling behoeft de subsidiaire stelling van de inspecteur geen bespreking. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e970d16528f7a226dc90feab43ea4ee12c89f30184c845042df7e73f5b2d9a56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e970d16528f7a226dc90feab43ea4ee12c89f30184c845042df7e73f5b2d9a56, en de alinea staat in dat document op bytes 32771 tot 33868.