Citaat | Hoge Raad 29 augustus 1997
Alinea 82 Hoge Raad 29 augustus 1997
Een alinea uit Hoge Raad 29 augustus 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2254.
F. . Naar het mij voorkomt, geven de aldus beschreven feiten grond voor de kwalificatie van de vordering als verplicht ondernemingsvermogen: het is geld dat de geldlener ter beschikking stelt voor de aanwending in zijn eigen onderneming en het wordt daartoe ook daadwerkelijk gebruikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e970d16528f7a226dc90feab43ea4ee12c89f30184c845042df7e73f5b2d9a56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e970d16528f7a226dc90feab43ea4ee12c89f30184c845042df7e73f5b2d9a56, en de alinea staat in dat document op bytes 36818 tot 37116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e970d16528f7a226dc90feab43ea4ee12c89f30184c845042df7e73f5b2d9a56 | shasum -a 256