Citaat | Hoge Raad 7 mei 1997

Alinea 10 Hoge Raad 7 mei 1997

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3195.

3.6. 's Hofs uitspraak en de stukken van het geding geven geen aanleiding tot de veronderstelling dat de door belanghebbende verkregen gelden, die door haar in de rekening-courant met haar vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk werden opgenomen, op enigerlei wijze dienstbaar waren aan de bedrijfsuitoefening van die vaste inrichting. De door het middel aangevoerde omstandigheden dat de gelden werden verkregen door de bedrijfsuitoefening in de vaste inrichting en in de boekhouding van belanghebbende in een rekening-courant ten name van de vaste inrichting werden geadministreerd, bieden onvoldoende grond voor de gevolgtrekking dat het bedrag van de desbetreffende rekening-courant deel uitmaakte van het in de vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk werkzame vermogen. Het Hof heeft daarom terecht bij de bepaling van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, waarop belanghebbende ingevolge de Overeenkomst aanspraak kon maken, geen bedrag in aanmerking genomen ter zake van met die gelden behaalde of daaraan toe te rekenen opbrengsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1, en de alinea staat in dat document op bytes 9062 tot 10140.