Citaat | Hoge Raad 7 mei 1997

Alinea 51 Hoge Raad 7 mei 1997

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3195.

"1. (1e volzin) De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting. (2e volzin) Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent, mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast, maar slechts in zoverre zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend. 2. Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid van dit artikel worden, indien een onderneming van een van de Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is. 3. Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten (...) die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd, hetzij elders. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1, en de alinea staat in dat document op bytes 23330 tot 24624.