Citaat | Hoge Raad 7 mei 1997
Alinea 69 Hoge Raad 7 mei 1997
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3195.
"(blz. 7) (...) 4.1 Primair (...) Een interne renteberekening tussen vaste inrichting en generale onderneming wordt in principe uitgesloten. (...) Nog daargelaten dat de door belanghebbende gehanteerde vergoeding (...) te hoog is (...) wordt de door belanghebbende berekende provisie ook feitelijk niet uitbetaald aan de vaste inrichting. (blz. 8) Aan deze gelden is ook geen behoefte in het Verenigd Koninkrijk gelet op de beperkte bedrijfsactiviteiten aldaar. De gelden blijven dan ook in het hoofdhuis. (...) 4.2. Subsidiair Zou Uw Hof het standpunt innemen dat (...) vermogensvorming in de vaste inrichting heeft plaatsgevonden dan is er mijns inziens sprake van een niet aan de omvang van het bedrijf van de vaste inrichting evenredige allocatie van vermogen (...) Nu ook feitelijk de gelden in Nederland zijn moet aangenomen worden dat dit vermogen derhalve direkt na ontvangst weer aan het hoofdhuis ter beschikking is gesteld. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1, en de alinea staat in dat document op bytes 32682 tot 33637.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1 | shasum -a 256