Citaat | Hoge Raad 7 mei 1997
Alinea 8 Hoge Raad 7 mei 1997
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3195.
3.4. In het algemeen dient ervan te worden uitgegaan dat gelden die aan een belastingplichtige zijn opgekomen in de uitoefening van zijn onderneming door middel van een vaste inrichting, indien die gelden niet dienstbaar zijn aan de bedrijfsuitoefening van die vaste inrichting, geen deel uitmaken van het vermogen van de vaste inrichting. Dit brengt mee dat de opbrengsten van zodanige gelden niet kunnen worden aangemerkt als winst die is behaald door middel van de vaste inrichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1, en de alinea staat in dat document op bytes 8057 tot 8556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1 | shasum -a 256