Citaat | Hoge Raad 7 mei 1997
Alinea 84 Hoge Raad 7 mei 1997
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3195.
7.4 . Indien nu, naar klaarblijkelijk in deze zaak het geval is, de met behulp van de zelfstandigheidsfictie bepaalde winst van de vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk kapitaal oplevert dat voor de voorgezette exploitatie van de vaste inrichting zelf niet benodigd is, dan zal wederom met behulp van de zelfstandigheidsfictie bepaald moeten worden wat er met dat kapitaal gebeurt: zal de fictief zelfstandige onderneming het rentedragend uitlenen, zal zij er schulden mee aflossen of zal zij het aan haar winstgerechtigde(n) uitdelen ? En, zo meer dan één mogelijkheid zich voordoet, in welke verhouding zullen deze dan toegepast worden ?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1, en de alinea staat in dat document op bytes 37067 tot 37727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bbbb3d846c26dfa42bce426b1eec6062adb7102533d4bb3574d9f7f47f8e6a1 | shasum -a 256