Citaat | Hoge Raad 5 februari 1997

Alinea 8 Hoge Raad 5 februari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3248.

Deze passage wijst erop dat na invoering van de geïntegreerde werkwijze van de belastingdienst - voor welke datum het Hof overigens niet 1 januari 1990 maar 1 januari 1991 heeft aangehouden - de Inspecteur ook kon beschikken over de vroeger aan zijn voor de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting bevoegde ambtsgenoten uitgebrachte rapporten. Tegen deze achtergrond behoefde 's Hofs oordeel, dat niettemin de Inspecteur over een de navordering rechtvaardigend nieuw feit beschikte, nadere motivering. 3.4. Voor zover de middelen klagen over de verwerping door het Hof in 4.2 van zijn uitspraak van belanghebbendes beroep op opgewekt vertrouwen falen zij. Het daarin besloten liggende oordeel dat belanghebbende had moeten begrijpen dat de controlerende ambtenaren geen toezeggingen of mededelingen konden doen of een standpunt konden innemen waardoor de voor de inkomstenbelasting bevoegde inspecteur zou worden gebonden geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan voor het overige, als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, in cassatie niet met vrucht worden bestreden. 3.5. Voor zover de middelen klagen over de verwerping door het Hof, in 4.3 van zijn uitspraak, van belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur geldt het volgende. 3.6 De brief van de Staatssecretaris van Financiën van 20 december 1990 (Kamerstukken II 1990/91, 21972, nr. 1, blz. 6) vermeldt voor zover hier van belang:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2d24dda9f3dcb9603c92c47c55ad1011cb4ebcbf109bbfccbacfe6c30f5c042. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2d24dda9f3dcb9603c92c47c55ad1011cb4ebcbf109bbfccbacfe6c30f5c042, en de alinea staat in dat document op bytes 9370 tot 10842.