Citaat | Hoge Raad 1 oktober 1997
Alinea 83 Hoge Raad 1 oktober 1997
Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3283.
"(blz. 3) (...) 5.01. (...) heeft de ontvanger de bepalingen van hoofdstuk V en artikel 7, eerste lid, van de Wet juist en terecht toegepast. 5.02. Dat hem (...) invorderingsrente in rekening zou worden gebracht was belanghebbende bekend, terwijl de wijze waarop dat is geschied volledig steun vindt in de artikelen 28, vierde lid, en 30, eerste lid, van de Wet. (...) 5.03. Belanghebbende beroept zich vergeefs op de toelichting in de Leidraad op artikel 7 van de Wet (§ 1 onder 1), waarin het gaat over meer dan één aanslag, en op artikel 6.43 BW, dat betrekking heeft op twee of meer verbintenissen, omdat te dezen geen sprake is van meer dan één aanslag, noch van meer dan één verbintenis. (...) 5.05. Onjuist is voorts belanghebbendes standpunt dat 18 juli 1994 de in artikel 28, vierde lid, van de Wet bedoelde dag van de betaling is omdat met die valutadatum het bedrag van zijn rekening is geboekt. Zoals is vermeld in § 1 onder 2 van de toelichting in de Leidraad op artikel 28 van de Wet en overeenkomstig artikel 6:114, tweede lid, BW is de dag van een girale betaling die waarop de bijschrijving op de bank- of girorekening van het Centraal betaalkantoor (blz. 4) rijksbelastingen te Apeldoorn heeft plaatsgevonden, in dit geval onbetwist 19 juli 1994. De berekening van de invorderingsrente tot en met 18 juli 1994 is daarmee in overeenstemming. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f993194949792491eb281228cd1cf11bdd550fede3edb11348c3b60f12bf4d06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f993194949792491eb281228cd1cf11bdd550fede3edb11348c3b60f12bf4d06, en de alinea staat in dat document op bytes 34215 tot 35602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f993194949792491eb281228cd1cf11bdd550fede3edb11348c3b60f12bf4d06 | shasum -a 256