Citaat | Hoge Raad 26 november 1997
Alinea 9 Hoge Raad 26 november 1997
Een alinea uit Hoge Raad 26 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3337.
4.2. Het middel faalt, aangezien het miskent dat de rechter bij het verbinden van juridische kwalificaties aan de ten processe vaststaande feiten niet is gebonden aan de dienaangaande door partijen te berde gebrachte opvattingen. Nu in 's Hofs uitspraak ligt besloten het oordeel dat de Inspecteur zich voor het Hof niet heeft beroepen op het leerstuk der wetsontduiking, welk oordeel, dat berust op uitlegging van de processtukken, als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden, heeft het Hof terecht de onderhavige winst gekwalificeerd als winst uit aanmerkelijk belang in de zin van de door het Hof genoemde wetsbepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9908fcda424463d493bef50efbdd4c17ef394ded8f040c0071e08c76a58ff46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9908fcda424463d493bef50efbdd4c17ef394ded8f040c0071e08c76a58ff46, en de alinea staat in dat document op bytes 7385 tot 8073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9908fcda424463d493bef50efbdd4c17ef394ded8f040c0071e08c76a58ff46 | shasum -a 256