Citaat | Hoge Raad 3 december 1997

Alinea 5 Hoge Raad 3 december 1997

Een alinea uit Hoge Raad 3 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3351.

3. Beoordeling van de middelen 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende verricht vrijgestelde prestaties in de zin van art. 11, lid 1, letter c van de Wet op de omzetbelasting 1968. Vóór de eerste ingebruikneming heeft belanghebbende de "economische eigendom" van een, in haar opdracht gesticht, ziekenhuis "overgedragen" aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A B.V., waarna zij het ziekenhuis van deze B.V. heeft gehuurd. Met deze constructie heeft belanghebbende bereikt dat de ter zake van de stichting van het ziekenhuis aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting geheel aan haar is teruggegeven. De heffingsgrondslag voor de onroerende-zaakbelastingen is voor het ziekenhuis op grond van art. 273, eerste en vierde lid, van de gemeentewet (oud) bepaald op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde. 3.2. Het gaat in deze zaak om de vraag of, en zo ja, op welke wijze, bij de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde rekening dient te worden gehouden met omzetbelasting. 3.3. De vervangingswaarde is het - nog wegens technische en economische veroudering te corrigeren - offer (de stichtingskosten of de aanschaffingsprijs) voor een nieuw object, identiek aan het bestaande, uitgaande van vervanging omstreeks de peildatum. Tot die stichtingskosten behoort, bedrijfseconomisch bezien, niet de ter zake van die stichting of aanschaffing aan de ondernemer in rekening gebrachte omzetbelasting voor zover de ondernemer die omzetbelasting in aftrek kan brengen. 3.4. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat bij de bepaling van de vervangingswaarde als indentiek object heeft te gelden de volle en onbezwaarde eigendom van een object, indentiek aan het bestaande. Het tweede middel, waarin een andere opvatting wordt verdedigd, faalt derhalve. 3.5. Belanghebbende is zowel eigenaresse als exploitante van het ziekenhuis. Het Hof heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat indien belanghebbende omstreeks de peildatum een nieuw object, identiek aan het onderhavige, zou hebben gesticht of zou hebben aangeschaft, zij de ter zake van die stichting of aanschaffing aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting niet in aftrek zou kunnen brengen. Anders dan in het middel wordt betoogd heeft het Hof hierbij terecht slechts rekening gehouden met de voor belanghebbende, gegeven haar positie voor de omzetbelasting, rechtstreeks uit de wet voortvloeiende fiscale gevolgen, zonder dat naast de veronderstelde vervanging tevens een omzetbelastingbesparende constructie wordt verondersteld. 's Hofs gevolgtrekking dat in de vervangingswaarde een bedrag voor omzetbelasting moet worden opgenomen is derhalve juist, zodat ook het eerste middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb33d78a88d844eea84380944cf24f453757017a08abf202aa89c42673f35801. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb33d78a88d844eea84380944cf24f453757017a08abf202aa89c42673f35801, en de alinea staat in dat document op bytes 5303 tot 8020.