Citaat | Hoge Raad 17 januari 1997

Alinea 39 Hoge Raad 17 januari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2247.

3.2 De Rechtbank heeft in haar eindvonnis op vordering van [verweerder] voor recht verklaard dat [eiser] jegens [verweerder] onrechtmatig heeft gehandeld door de voormelde afwateringssloot tussen de percelen van partijen te verontreinigen met chemicaliën en zware metalen en [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] de schaden te vergoeden die een direct gevolg van dit onrechtmatig handelen zijn. Daartoe heeft de Rechtbank, kort samengevat, overwogen dat ten processe voldoende is komen vast te staan dat [eiser] de afwateringssloot met chemicaliën en zware metalen heeft verontreinigd, dat mogelijkerwijs de geconstateerde verontreiniging mede is te wijten aan handelen van [B] of aan handelen van [verweerder] zoon, maar dat zulks niet uitsluit dat in ieder geval aan [eiser] verontreiniging van bedoelde sloot is te wijten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3119cb45e33329eac4b6a213e9192cc2cd9cb7acc6f76e0164e631977c9c61c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3119cb45e33329eac4b6a213e9192cc2cd9cb7acc6f76e0164e631977c9c61c0, en de alinea staat in dat document op bytes 9073 tot 9915.