Citaat | Hoge Raad 21 februari 1997

Alinea 45 Hoge Raad 21 februari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2286.

3.6 Onderdeel 1 stelt naar aanleiding van deze overwegingen de principiële vraag aan de orde of in een geval als het onderhavige, waarin de vrouw door een beroepsfout van de arts tegen haar wil in een situatie is geraakt, waarin zij volgens de wet kosten in verband met de verzorging en opvoeding van het kind heeft te maken, in beginsel voldoende grond bestaat om die kosten aan te merken als rechtens voor vergoeding in aanmerking komende schade. Bij de beoordeling van het onderdeel dient te worden vooropgesteld dat het onderhavige geval blijkens de vaststellingen van de Rechtbank hierdoor wordt gekenmerkt dat vaststaat dat de vrouw en haar echtgenoot na de geboorte van hun tweede kind verdere zwangerschappen wensten te voorkomen teneinde hun gezin niet verder uit te breiden en dat met het oog daarop door de arts — die met deze wens bekend was — bij de vrouw een spiraaltje was geplaatst, hetwelk door hem na de hiervoor in 3.1 onder (i) bedoelde operatie niet door een nieuw spiraaltje is vervangen. Het is derhalve tegen de achtergrond van deze situatie dat de hiervoor bedoelde vraag moet worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da9c854f43cd6082e9a678ae77c669c832040b074869ae9cb9b9164893401f6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da9c854f43cd6082e9a678ae77c669c832040b074869ae9cb9b9164893401f6e, en de alinea staat in dat document op bytes 13639 tot 14816.