Citaat | Hoge Raad 28 maart 1997

Alinea 70 Hoge Raad 28 maart 1997

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2318.

3.13 Middel XII betreft het oordeel van het Hof dat het in de gegeven omstandigheden in strijd zou zijn met redelijkheid en billijkheid om het eventueel derven van rendement van de zich in Zwitserland bevindende effecten als gevolg van de tussen partijen bestaande en onoverbrugbaar gebleken geschilpunten, in verband waarmee de Zwitserse bank veiligheidshalve is overgegaan tot blokkade van het effectendepot in afwachting van een definitieve beslissing hierover, uitsluitend en alleen toe te schrijven aan handelen van de vrouw in 1986. Dit oordeel geeft evenwel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, verweven als het is met feitelijke waarderingen, voor het overige niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Hiervan uitgaande heeft het Hof geoordeeld dat dit in Zwitserland aanwezige vermogen onverkort in de verrekening per 22 mei 1986 moet worden betrokken. Voor zover het middel aanvoert dat hiervan reeds in 1973 verrekening heeft plaatsgevonden, faalt het op dezelfde gronden als de overeenkomstige klacht van middel VI, die hiervoor in 3.4, laatste alinea, en 3.5 is behandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de83c609b0d3f5d4517f93843e75cd2e1c0c051827ae4f4d12621d4ca04ef23e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de83c609b0d3f5d4517f93843e75cd2e1c0c051827ae4f4d12621d4ca04ef23e, en de alinea staat in dat document op bytes 23443 tot 24613.