Citaat | Hoge Raad 2 mei 1997

Alinea 40 Hoge Raad 2 mei 1997

Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2365.

(viii) Bij brief van 1 mei 1980 heeft de Bank in verband met het onder (v) vermelde, haar in april 1980 bekend gemaakte verlies van ƒ 800.000,-- (hetwelk later gecorrigeerd werd tot ƒ 657.519,--) aan de directie van [C] B.V. medegedeeld dat zij tot haar spijt had vernomen dat de gang van zaken in 1979 ‘’bedroevend’’ was geweest, zodat zij ‘’thans’’ moest aannemen dat de gewekte verwachtingen ‘’niet bewaarheid’’ waren c.q. zouden worden en dat derhalve bij haar ‘’ernstige twijfels’’ waren gerezen ‘’aan de continuïteit van Uw onderneming’’. Het behoefde volgens de Bank ‘’geen betoog’’ dat als gevolg van de geleden verliezen de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen ‘’onaanvaardbaar’’ was geworden. Daarom moest zij, in afwachting van de definitieve jaarstukken over 1979 en van nadere gesprekken daarover, ‘’thans’’ aan [C] B.V. berichten dat de kredietoverschrijding ‘’geleidelijk’’ diende te worden afgebouwd. Dit laatste kwam volgens de Bank, meer concreet, hierop neer dat de kredietoverschrijding ‘’met ƒ 1.000.000,-- in mei en met ƒ 500.000,-- in de maanden juni tot en met september’’ zou moeten worden afgebouwd, zodat zij 'per ultimo september' geheel zou zijn tenietgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f4206889a7c4e2deb8af700632d31bc9c8d38b046f98db59d83ef44c1b9dafc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f4206889a7c4e2deb8af700632d31bc9c8d38b046f98db59d83ef44c1b9dafc, en de alinea staat in dat document op bytes 12857 tot 14158.