Citaat | Hoge Raad 20 juni 1997
Alinea 52 Hoge Raad 20 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2398.
Daarbij verdient nog aantekening dat een onjuiste aanduiding van een vordering op een van de pandgever afkomstige computerlijst als hier aan de orde er niet aan in de weg staat dat achteraf mag worden vastgesteld om welke vordering het gaat, mits achteraf aan de hand van objectieve gegevens vastgesteld kan worden welke vordering de pandgever met deze aanduiding op het oog moet hebben gehad. Dit strookt met de omstandigheid dat ook van een juiste aanduiding nauwelijks verwacht kan worden dat zij aan de pandhouder duidelijk maakt welke vordering de pandgever daarmee precies op het oog heeft gehad, zolang de pandgever hem niet achteraf aan de hand van zijn administratie de daartoe nodige nadere gegevens verschaft. In een overeenkomst die tot toezending van dergelijke lijsten ter verpanding van de telkens ontstane vorderingen op derden verplicht, ligt besloten dat de pandhouder bij voorbaat met een dergelijke wijze van aanduiding heeft ingestemd. Indien de vordering op de computerlijst is opgenomen voor een lager bedrag dan verschuldigd is, komt het pandrecht evenwel in beginsel slechts op het deel van de vordering te rusten dat met dit lagere bedrag overeenkomt, zoals Rechtbank en Hof in de onderhavige zaak ook hebben aangenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7065d0392b98ecd3c1456b05d3e32b27cbc54ea22905a92fa132e4becb01bb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7065d0392b98ecd3c1456b05d3e32b27cbc54ea22905a92fa132e4becb01bb2, en de alinea staat in dat document op bytes 12913 tot 14172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7065d0392b98ecd3c1456b05d3e32b27cbc54ea22905a92fa132e4becb01bb2 | shasum -a 256