Citaat | Hoge Raad 27 juni 1997
Alinea 39 Hoge Raad 27 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2408.
Ook deze klacht faalt. In aanmerking genomen dat uit de processtukken niet blijkt dat tegen de onderhavige aanslagen nog bezwaar- of beroepsprocedures liepen en dat dit ook moeilijk te rijmen zou zijn geweest met het feit dat voor beide aanslagen dwangbevelen waren opgelegd, is het oordeel van het Hof (rov. 9) dat uit de opgelegde aanslagen en de dwangbevelen en uit het verhandelde ter terechtzitting summierlijk is gebleken dat de Ontvanger de onderhavige vorderingen op [verweerder] heeft en dat deze vorderingen opeisbaar zijn, niet onbegrijpelijk. Daarbij verdient nog opmerking dat, voorzover tussen [verweerder] en de Ontvanger geschil bestond over de vraag of die vorderingen inmiddels waren voldaan, de stelplicht en bewijslast dienaangaande niet op de Ontvanger maar op [verweerder] rustte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc9b2bf4e20cadf0819e7ce6399be371cefe7121384e46130b6d49e665829b33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc9b2bf4e20cadf0819e7ce6399be371cefe7121384e46130b6d49e665829b33, en de alinea staat in dat document op bytes 10839 tot 11654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc9b2bf4e20cadf0819e7ce6399be371cefe7121384e46130b6d49e665829b33 | shasum -a 256